Yvo M. Smulders
,Marcel Levi
,Coen D.A. Stehouwer
,Mark H.H. Kramer
enAbel Thijs
Vanuit de maatschappij, overheid en zorgverzekeraars klinkt in toenemende mate de roep om normering en standaardisatie van het geneeskundig handelen. Hierdoor ‘verprotocolleert’ de zorg en neemt keuzevrijheid van zorgverleners af.
Het overheersende normeringinstrument voor regulatie en standaardisatie is epidemiologisch bewijs, oftewel ‘evidence’. Evidence bestaat uit empirische gegevens verkregen in groepen personen, bijvoorbeeld in cohortstudies of gerandomiseerde klinische trials. Veelal wordt ‘evidence-based medicine’ (EBM) uitgelegd als geneeskundig handelen waarbij besluitvorming bij een individuele patiënt is gebaseerd op het zo direct mogelijk vertalen van epidemiologisch bewijs. De epidemioloog Sackett, die aan de wieg stond van de EBM-beweging, hanteert echter een bredere omschrijving: ‘integratie van individuele klinische expertise met het best beschikbare bewijs uit epidemiologisch onderzoek’.1 Deze definitie van Sackett doet meer recht aan de praktijk. Rechtlijnige vertaling van epidemiologisch bewijs naar de klinische praktijk is vaak onmogelijk, en waar wel mogelijk doorgaans riskant.
In dit artikel beargumenteren wij dat epidemiologisch bewijs als normeringsinstrument ...
Indienen manuscript
Meld u aan voor de wekelijkse e-alert met de actuele inhoudsopgave.


Reacties
Practise Based Evidence
EBM en medisch handelen
In het artikel van Smulders et al. (2010;154:892-895), staat een figuur, waaruit zou moeten blijken dat van 46% van veelvoorkomende therapeutische handelingen de werkzaamheid onbekend is. De oorsprong van de gegevens waarop deze taartgrafiek gebaseerd is, blijft enigszins onduidelijk, doordat deze op de website waarnaar verwezen wordt, niet meer te vinden is. De auteurs hebben hun copie van de figuur waarschijnlijk overgenomen uit de rubriek Ingezonden Brieven in de British Medical Journal over het onderwerp ´What to do about CAM?´(1). Blijkens het onderschrift bij hun figuur interpreteren Smulders et al. de term ´onbekend (unknown)´ als: ´nimmer onderzocht´. Helaas bestendigen zij daarmee een al lang bestaand misverstand over ´evidence based medicine´ (EBM). De vernietigende reactie op deze publicatie is hun blijkbaar ontgaan.
Prof. dr. Rob A.P. Koene, em. hoogleraar nierziekten UMC St Radboud
Epidemiologisch bewijs
De figuur is nog gewoon toegankelijk op de website. Op dezelfde site is ook enige informatie te vinden over hoe men aan de gegevens komt (http://clinicalevidence.bmj.com/ceweb/about/search_process.jsp). Toegegeven, het is niet peer-reviewed en het kan allemaal beter, maar vrijwel niemand heeft zich verder serieus beziggehouden met de vraag hoeveel van ons handelen door epidemiologisch bewijs ondersteund wordt. Hoe Garrow aan zijn informatie komt is overigens eveneens onduidelijk.
Inderdaad had 'unknown effectiveness' beter niet als 'nimmer onderzocht' kunnen worden vertaald. Elders, in de legenda, staat de correcte vertaling.
Het artikel in The Lancet van 1995 is niet strijdig met onze boodschap. Ten eerste werden hier vrijwel alleen medicamenteuze interventies onderzocht, en wel voor nauw omschreven diagnosen. Het artikel komt bij deze categorie therapeutische handelingen, waarvoor natuurlijk relatief het meeste epidemiologisch bewijs voorhanden is, tot 53% epidemiologisch vastgestelde effectiviteit in 1 of meerdere RCT's. In het hele domein van therapeutisch handelen, zeker het niet-medicamenteuze domein, zal het % lager liggen.
Men kwam tot de genoemde 82% door bij de 53% gemakshalve 32% op te tellen, afkomstig van behandelingen waarvan men de 'face validity' erg hoog vond. En dat alles bij in totaal slechts 109 therapeutische beslissingen...
Men kan over het % handelingen dat door epidemiologisch bewijs gesteund wordt lang steggelen, maar realiseer dat het slechts een deel is van ons betoog. Ook al zou 50% van al ons therapeutisch handelen door epidemiologische bewijs ondersteund worden (wat ik niet geloof, en wat nog immer niets zou zeggen over de rol van epidemiologisch bewijs in diagnostiek), dan nog gelden er vele andere beperkingen bij het vertalen van dit bewijs naar individuele patiënten.
Yvo Smulders